‘Als je alleen vraagt naar het probleem, word je expert in het probleem’

Positieve gezondheidszorg in de huisartsenpraktijk
Met veel enthousiasme vertellen huisarts Pieter Jansen en forensisch orthopedagoog Eva Kuiper over de theorie en toepassingen van positieve gezondheidszorg. Een patiëntbenadering waarbij de ‘taxivraag’ centraal staat: waar wil je heen? “Juist met patiënten bij wie je zucht als je in de agenda kijkt, is een ander spel mogelijk.”

De sessie begint met een opdracht voor de zaal. Deelnemers interviewen hun buurman of buurvrouw en vragen wat ze vandaag hebben gedaan wat goed voor ze is. En vervolgens vragen ze wat ze nog meer hebben gedaan dat goed voor ze is. Wat heeft het gebracht, vraagt Eva Kuiper. “Positieve energie. Een vrolijk gesprek. Je gaat vrolijker kijken”, zegt een deelnemer. “Het is een goede manier om kennis met iemand te maken die je niet kent”, zegt een andere deelnemer. “Een beetje Amerikaans.”

“Ik doe deze oefening het liefst om half 9 ’s ochtends”, vertelt Kuiper. “Dan gaat het vooral om dat doorvragen. Dan merkt iemand hoeveel dingen goed zijn gegaan. Bij een patiënt krijg je een ander spel als je iemand zo benadert. We hopen dat er één ding is uit deze sessie dat je gaat gebruiken bij een patiënt.”

40 procent van de consulten gaat over lichamelijke klachten waar geen of onvoldoende somatische verklaringen voor gevonden worden.

Medisch model
Waarom is positieve gezondheidszorg nodig? Pieter Jansen legt uit dat de gezondheidszorg volledig uitgaat van het medische model. “We zijn opgeleid in het medische model, waarbij je vraagt naar de oorzaak en dan kijkt hoe je een probleem kunt verhelpen. Er wordt onderzoek gedaan, dan krijg je een diagnose en dan weet je de behandeling. Dat is voor sommige klachten nuttig, zoals bloedvaten die verstopt zijn of een hartklep die niet functioneert. Maar er zijn ook klachten die niet vanzelfsprekend zijn. 40 procent van de consulten gaat over lichamelijke klachten waar geen of onvoldoende somatische verklaringen voor gevonden worden.”

Positieve gezondheidszorg is een combinatie van het medische model en het oplossingsgerichte model. Bij dat tweede model formuleer je een doel, bekijk je iemands sterke kanten en ga je op zoek naar hulpbronnen. Jansen: “Het is én én. Dus niet eerst medisch model en dan oplossingsgericht. Het is meestal gemixt en het gaat er om wat er past bij die persoon op dat moment in die context.” 

Eigenlijk gaat het om het waarom en het hoe, vult Kuiper aan. “Als mensen met complexe zaken bij je komen, dan kun je dat gaan uitzoeken maar dat lukt meestal niet. Beter is het om te kijken hoe het beter kan. Bij oplossingsgerichtheid gaat het er niet om om van de pijn af te komen, maar om hoe het verder gaat, dat je wilt meedoen, gezien wilt worden, goed wilt functioneren.” 

Erkenning geven
“Maar het medische model kun je toch niet zomaar uitschakelen?”, vraagt een huisarts uit de zaal.  Nee, dat kan ook niet, stelt Kuiper. “Je moet de klacht ook niet negeren. Je moet het erkennen. Laten zien dat je het gezien en gehoord hebt. Erkenning geven. Dat is heel belangrijk. Maar daarna ga je vragen stellen die zich richten op positieve uitzonderingen.”

Jansen geeft als voorbeeld dat hij iemand in zijn praktijk kreeg die somber was en zich bewust met een auto tegen een boom wilde rijden. “Natuurlijk heb ik gezegd: het moet heel erg met je zijn dat je dit deed. Maar ik heb ook gevraagd: hoe komt het dat je het hebt overleefd? Door zijn kinderen, zei hij. Dat zijn de vragen die je stelt: hoe is het je gelukt om uit bed te komen, om een afspraak te maken, dat jullie nog bij elkaar zijn? Als je alleen vraagt naar het probleem, word je expert in het probleem.” 

Oplossingsgericht
Probleemgericht repareert wat niet werkt, oplossingsgericht richt zich op bouwen aan wat wel werkt, legt Kuiper uit. “Juist met patiënten bij wie je zucht als je in de agenda kijkt, daar is een ander spel mogelijk. Het zorgt voor minder stress, minder burn-outs en minder sessies. Het is leuker, de sfeer wordt lichter.” 

Jansen: “Vraag naar waar ze sterk in zijn en waar ze op hopen. Ik had een vrouw uit een opvanghuis in de praktijk. Ze vertelde dat ze PTSS had, een zware jeugd, getuige van een misdrijf. Ze was dakloos geweest, had contact met loverboys. Toen ik vroeg naar de toekomst verraste ze me. Ze vertelde dat ze een diploma wilde halen, voor nagels en voor haar. Ze wilde zelfstandig zijn. Hiermee kon ik het positief gaan benaderen.” Kuiper: “Dit model richt zich op het einde. Het gaat om de taxivraag: waar wil je heen? Het is belangrijk om meteen naar dat einde te reiken.”

Paradoxale aanpak
Een huisarts vertelt dat ze al oplossingsgericht werkt, maar dat ze te enthousiast is bij klagende patiënten. Kuiper: “Wat kan helpen, is een paradoxale aanpak. Om juist er nog meer onder te zitten, het nog erger te maken. Erkenning, erkenning, erkenning. Tot iemand zegt dat het ook wel meevalt. Dan heb je een ingang voor een positieve benadering.”

Vaak denken huisartsen dat het veel tijd kost, deze aanpak. Volgens Jansen is dat een misvatting. “Ik geef mensen vaak de suggestie dat ze het zelf uitzoeken en dat ze dan komen vertellen wat ze willen gaan doen. Dan kunnen we een afspraak maken. Dan gebeurt het thuis, en niet in de spreekkamer. En dan zijn het ook niet mijn oplossingen, maar die van hen. Vaak slik ik ook mijn adviezen in en komen ze zelf met de beste oplossingen.”  

De sessie eindigt met tips die op het scherm verschijnen. De deelnemers maken er massaal foto’s van.

4 oplossingsgerichte basisvragen
- Waar hoop je op?
- Welk verschil zal dat maken? 
- Wat werkt? 
- Wat zal een volgend teken van vooruitgang/ jouw volgend stapje zijn? 

5 praktische take-aways
1. Denk aan de taxi! Kijk naar waar iemand naartoe wil, niet waar iemand vanaf wil.
2. Zijn zaken complex en is er niet één oorzaak aan te wijzen? Bij complexiteit kijk naar het gewenste doel van de persoon
3. Stel elke dag een paar oplossingsgerichte vragen
4. Vergeet labels. Iemand kan een autismestoornis hebben, maar ook vader zijn, actief zijn in de kerk. Je hoeft niet altijd maximale zorg in te zetten, en ook niet altijd maximale diagnose. 
5. Morgen in je spreekuur doen: 3 complimenten geven.

Voeg toe aan selectie