E-health: lessen voor vandaag en morgen

E-health omarmen door het laagdrempelig op te starten

Wat moet je met e-health en waar gaat het naartoe? Daar draait het om in de workshop van Jelle Keuper, onderzoeker bij het Nivel, en Bart van Pinxteren, huisarts in Utrecht. Het tweetal komt met onderzoeksresultaten, ervaringen en tips over het gebruik van e-health in de praktijk.

Stekkertje
“Ik vind e-health alles waar een stekkertje aan zit”, zegt Bart van Pinxteren aan het begin van de workshop. “We kunnen er niet omheen.” Daarmee verwoordt hij de mening van de meerderheid van de kijkende huisartsen, zo blijkt uit de antwoorden van de eerste van vier stellingen die dienen ter introductie. ‘Hoe vaak maak je gebruik van videoconsult?’, zo luidt een andere stelling.

Van Pinxteren: “Ik ben er aan het begin van de pandemie ingedoken. Ik heb ook een paar weken thuis gewerkt, maar op dit moment is het minder: ik gebruik het wekelijks een keer.”
Van de kijkers blijkt het merendeel zelden of nooit een videoconsult te houden, maar er is ook grote groep die het wekelijks doet. “Daarin zie ik de cijfers terug uit mijn onderzoek”, zegt Jelle Keuper.

Ik vind de digitale communicatie nog wel in de kinderschoenen staan.

Onderzoek
Keuper deed onderzoek naar het gebruik van e-health onder huisartsen vóór de corona-uitbraak. “Online herhaalmedicatie was al groot, online een afspraak maken ook, maar het beeldbellen toen nog niet. Zorgverzekeraars en huisartsen vinden digitale communicatietoepassingen, telemonitoring, bloedafname en Thuisarts.nl het meest succesvol.”

Van Pinxteren: “Ik vind de digitale communicatie nog wel in de kinderschoenen staan, vooral bij de zorgverleners onderling. Er wordt gebruik gemaakt van verschillende kanalen. Het is denk ik belangrijk dat we afspraken gaan maken hoe we elkaar regionaal en lokaal gaan vinden, het is nog te veel hapsnap. Het moet ook niet de werkstroom verstoren.”

Laagdrempelig en samen
Uit het onderzoek van Keuper blijkt dat geld en ICT een barrière kunnen zijn voor het implementeren van e-health. “Als een huisarts iets wil opzetten, moet dat uit eigen inkomen. En bij ICT is het zo, dat dit eerst goed moet staan in de praktijk, pas dan kun je met bijvoorbeeld beeldbellen beginnen.”

Houd het laagdrempelig. Wil niet teveel meteen.

Keuper adviseert om eerst met één e-health-toepassing te beginnen. “Houd het laagdrempelig. Wil niet teveel meteen. Doe het ook samen met de patiënt, zodat je aan het co-creëren van de e-health-toepassing bent. Het moet van belang zijn voor patiënt en huisarts.”
Van Pinxteren is van mening dat je dit het beste regionaal kunt organiseren. “Zorg dat je het samen doet. Laat de ICT door iemand doen die de huisartsenpraktijk kent. En zet een CMIO in. Je hebt tijd nodig om projecten uit te rollen en voorwaarden te creëren. Daarvoor heb je een gezicht, een ambassadeur nodig.”

Coronaperiode
Keuper deed ook onderzoek naar het gebruik van e-health in de beginperiode van de corona-uitbraak. Hij wil enkele bevindingen delen, hoewel het vertrouwelijk is, omdat het onderzoek nog niet is afgerond. “Je ziet dat het e-consult omhoog is geschoten. Evenals het beeldbellen. Ook de online afspraken en de online herhaalrecepten nemen toe. Opvallend is dat chronische patiënten en gehandicapten juist weinig gebruik hebben gemaakt van e-health. Dat kan komen doordat ze vaak ouder zijn en daardoor minder snel nieuwe technologie gebruiken, maar dat wordt wel meer, zo hoor je van alle kanten. Het kan ook zijn dat ze vanwege corona de huisartsen met rust hebben gelaten.”

De vraag is nog wel hoe e-health geen onnodige tijd opslokt. Van Pinxteren: “Het zorgt voor meer administratieve rompslomp. Dat is minder mooi. We moeten steeds kijken naar de behoefte van de patiënt: welk type consult past bij een persoon. De een heeft een visite nodig, de ander kan via e-health. Daar moeten we een nieuw systeem voor bedenken.” 

Retorische vraag
Op het einde van de workshop worden er enkele vragen opgeworpen waar de kijkers op kunnen inhaken, zoals: ‘Gaat e-health een vlucht nemen?’ Van Pinxteren: “Dat is eigenlijk een retorische vraag.” Keuper: “Zeker door corona, maar hoe het daarna wordt, is afwachten. Voor beeldbellen is het de vraag of dat doorzet.” Van Pinxteren: “We hebben nog wel te klagen over de systemen die we momenteel tot onze beschikking hebben. Maar als alles loopt zoals we willen, dan kun je niet anders dan dit omarmen en verwachten dat het een vlucht zal nemen. Het moet wel leuker worden.” Keuper: “Er zijn nog wat barrières te slechten.” Een merendeel van de kijkende huisartsen thuis is het hiermee eens.

Voeg toe aan selectie