Alles draait om het goede

Kunst van het balanceren

In de sessie Alles draait om het goede werpt filosoof Remko van Broekhoven een filosofische blik op het huisartsenvak. Hoe houd je oog voor het grotere geheel?

Soms moet je als huisarts boven jezelf uitstijgen. Jezelf niet enkel laten opslokken door drukte en praktische zaken, maar zo nu en dan ook de vraag stellen: doe ik het goede? Filosoof Remko van Broekhoven doet dat aan de hand van de klassiekers, waarbij hij het grotere verhaal in de gaten houdt. “Wat goed is voor de één, is niet altijd goed voor de ander,” zegt Van Broekhoven. “Als huisarts bevind je je op een speelveld waar allerlei belangen een rol spelen. Niet alleen je eigen welzijn, maar ook jouw rol in de samenleving.”

Wat goed is voor de één, is niet altijd goed voor de ander.

Wat doe je bijvoorbeeld als huisarts wanneer je wordt geconfronteerd met een patiënt die lijdt aan “mateloos leven”? Dilemma’s als overmatig eten stoppen niet bij het persoonlijke, maar zijn tegelijkertijd óók een maatschappelijke kwestie. Hoe kun je dan als arts preventief te werk gaan, met het oog op het grotere geheel?

Mateloos leven
Van Broekhoven haalt Aristoteles aan die het kwade zag in de mateloosheid, in het excessieve. Hij zocht juist naar het goede, naar het midden, en laveerde daarmee tussen de extremen. “Aristoteles meende bijvoorbeeld dat boosheid niet per se slecht was, omdat je daarmee tegelijk voor jezelf opkomt. Maar diezelfde kwaadheid moet ook niet te lang vóórtduren. Dat is niet goed voor je gezondheid. Daarin moet je als mens de balanceerkunst weten te vinden.”

Om het kwaad op langere termijn te bestrijden moet je soms op korte termijn afzien.

Uiteindelijk draait het om welzijn van de mens. Of zoals Epicurus zegt: de afwezigheid van pijn en de aanwezigheid van genot. Deze oude Griekse filosoof ging zijn leven lang gebukt onder gal- en blaasproblemen en uit eigen ervaring wist hij dus hoe bepalend de aanwezigheid van pijn kon zijn. “Hij gaf de mensen een middel om het kwaad, ofwel de pijn, te lijf te gaan,” zegt Van Broekhoven. “Om het kwaad op langere termijn te bestrijden moet je soms op korte termijn afzien: zoals hardlopen, omdat je weet dat je op langere termijn gezond blijft. Het draait om zoeken naar die balans van een duurzaam leven.” Als huisarts moet je waken voor het welzijn van je patiënt, ook al ziet diegene er niet altijd de noodzaak van in. Volgens Van Broekhoven moet je daar een constante radar voor ontwikkelen.

Dubbele dokter
Maar hoe zit dat met de technologische ontwikkelingen en dilemma’s: kun je straks een diagnose stellen door enkel data te analyseren? Ofwel, is een gewone dokter in de toekomst misschien wel vervangbaar door een artificiële variant? Van Broekhoven laat een fragment zien van schrijver Yuval Harari, die over de ‘dubbele dokter’ spreekt. “Het opleiden van een arts kost tien jaar, en aan het einde van dat traject heb je alleen een dokter”, zegt Harari. Hij stelt dat het goedkoper en beter is om de diagnose aan de hand van data te analyseren. Voor al die andere zaken kun je dan de hulp van de ‘gewone dokter’ inschakelen.
 
Van Broekhoven laat losjes doorschemeren dat het tegelijkertijd ook ethische en menselijke vragen oproept. Ook al kan zo’n ‘Artifical Intelligence dokter’ een uitkomst zijn wanneer er een gebrek is aan huisartsen. Ook hier weer vraagt Van Broekhoven zich af: wat is het goede? Hij stelt die vraag ook aan de deelnemers thuis. Die reageren dat de dokter veel meer is dan diagnostiek, het menselijk contact, de empathie, het pluis-niet-pluisgevoel zijn essentieel. Zelf zou hij liever niet door zo’n AI-dokter gediagnosticeerd willen worden, voegt hij daar glimlachend aan toe, maar liever door een gewoon mens die capabel is.


 
Praktijk
Van Broekhoven vraagt de deelnemende huisartsen tegen wat voor morele dilemma’s zij aanlopen. Huisarts Jeanette Silvius, die deze sessie live volgt, merkt ook in haar eigen praktijk dat het soms moeilijk is om de juiste balans te behouden. Ook heel dichtbij. Zoals hoeveel tijd je besteedt aan je werk als huisarts en je eigen kinderen. “Wij besteden veel tijd aan ons eigen vak, aan diensten en nascholingen,” zegt Silvius. “Elke keer moet je jezelf de vraag stellen: kies ik hiervoor? Mijn kinderen zijn al wat ouder en ik heb nu meer tijd voor mijn vak. Maar bij de huisartsen met jonge kinderen zie je dat dit dilemma zeker speelt. Uiteindelijk draait het, zoals ook Van Broekhoven stelt, om de juiste balans.”

 

Voeg toe aan selectie